Het verschil tussen gebalanceerde en ongebalanceerde kabels

Het verschil tussen gebalanceerde en ongebalanceerde kabels

Er zijn twee manieren om audiosignalen via koperen kabels van punt A naar punt B te sturen: symmetrisch en asymmetrisch of te wel “gebalanceerd” en “ongebalanceerd”. Er zijn veel verhalen rondom audiosignalen, sommige beweren zelfs verschillen met in-ear hoofdtelefoons te kunnen horen! Om licht te werpen op deze mythen, willen we dit onderwerp op een eenvoudiger manier verduidelijken.

De symmetrische (of gebalanceerde) kabel werd uitgevonden om een fundamenteel probleem in geluidsoverdracht op te lossen: ruis/storing die door de kabel opgepikt wordt. Het elimineren van externe storing zou fysiek onmogelijk zijn, daarom lag de oplossing dus in de uitsluiting ervan: door het dupliceren van het signaal voordat het via de kabel wordt overgedragen op een aparte draad. Belangrijker nog, één van de twee signalen wordt geïnverteerd. Dit proces heet “balanceren” en dit wordt geïllustreerd in het volgende schema:

Vanwege de geïnverteerde fasesignaal, kunnen deze twee signalen bij het andere uiteinde van de kabel niet worden gemengd, omdat zij elkaar anders zouden opheffen. Hier wordt de fase van één van hen hersteld en met de oorspronkelijke vermengd. Maar waar gebeurt de magie? De achtergrond ruis / storing wordt opgevangen door beide signalen, en het geïnverteerde fasesignaal annuleert die van de gewone fase. En voila … Het geluid is gecanceld! In wiskunde: x + (-x) = 0

Zoals je ziet zijn gebalanceerde aansluitingen de perfecte optie voor het minimaliseren van ruis / storingen, vooral bij langere afstanden met de aanwezigheid van elektronische apparatuur. Helaas is het niet mogelijk de klassieke ‘hum’ van 50 Hz te verwijderen, dit heeft met aarding te maken. Maar dat is een heel ander verhaal …

Om het gebalanceerd signaal correct over te brengen, moet zowel het bron- als het doelapparaat uitgerust zijn met deze optie. Microfoonsignalen zijn bijvoorbeeld bijna altijd gebalanceerd, aangezien ze wegens hun redelijk lage geluidsniveau gevoelig zijn voor externe ruis. Instrument signalen zijn echter bijna altijd ongebalanceerd. Gelukkig kunnen moderne audiointerfaces de signalen behandelen afhankelijk van het type van de line / instrument. Line-ingangen zijn vaak ontworpen als XLR en accepteren tegelijkertijd gebalanceerde aansluitingen, maar ze kunnen ook TRS / Jack kabels aansluiten en daarom ongebalanceerde signalen ontvangen. Het is niet mogelijk om bij simpele “TS” aansluitingen een gebalanceerde signaal te krijgen, omdat het extra contact dat de eerder genoemde geïnverteerde signaal uitzendt ontbreekt. Situaties als deze zijn zeldzaam en komen meestal voor bij het gebruik van low-cost audio-interfaces, waar fabrikanten kosten willen besparen op onderdelen die nodig zijn voor het circuit.

Maak je geen zorgen als je per ongeluk gebalanceerde kabels en instrumenten “mixt” met apparatuur die alleen met ongebalanceerde aansluitingen werken. Er zijn geen risico’s dat er iets beschadigd wordt en het ergste dat kan gebeuren is dat je niets hoort.

Er zijn overigens ook gebalanceerd en ongebalanceerde signalen voor de digitale wereld, waar ruis / storing erg indringend kunnen zijn en de interface verhinderen bij het lezen van het signaal. De coaxiale formaten S / PDIF en AES / EBU verschillen weinig met de fysieke verschillen van de transmissie: de eerste maakt gebruik van ongebalanceerde aansluitingen ( “RCA”) en de AES / EBU wordt geleverd met de klassieke 3-polige gebalanceerde XLR kabels.

Conclusie

Gebalanceerde transmissies hebben de voorkeur om een zo probleemloos mogelijk signaal routing te verkrijgen. In de wereld van microfoons is het de enige mogelijke transmissie, terwijl het op andere gebieden steeds meer de voorkeur krijgt zo lang het mogelijk is om compatibele apparatuur (XLR en TRS) te gebruiken. Bij erg lange kabels (bijv. tientallen meters) is het gebruik van gebalanceerde kabels bijna een must. Ze kunnen bovendien het vermogen leveren die door microfoons of actieve DI Boxes (fantoomvoeding) wordt vereist. Kortom, alles wat om de wereld van miking draait, vereist gebalanceerde kabels.

Gitaar en bas spelers maken zelden gebruik van gebalanceerde kabels. Een gitaar, basgitaar, pedaal of gitaarversterker werken meestal op een ongebalanceerd signaal, en bij grotere afstanden krijgt gebruik van een buffer de voorkeur. Alleen bij het miken van een gitaarversterker / kast of wanneer het gitaarsignaal via de line-out op de mixer wordt gestuurd, heb je gebalanceerde kabels nodig.

Gewoonlijk gebruiken keyboardspelers ongebalanceerde kabels, aangezien hun aansluitingen meestal vrij kort en eenvoudig zijn. Bovendien hebben keyboards vaak alleen TS aansluitingen. Voor langere afstanden is het aan te raden om een DI box te gebruiken die in dit geval een gebalanceerde uitgangskabel naar de mixer nodig heeft.

4 Reacties

    Bedankt!
    Aangezien ik een leek ben wat deze wetenschap betreft, slaag ik er maar niet in om volgende apparaten in de juiste setting te zetten met de juiste bekabeling. Kan iemand me helpen?
    – Roland MV8800 (jack ingang / jack uitgang)
    – Behringer mengpaneel (goedkoop model)
    – KRK studioboxen (actief / jack)
    Heb wel eens iets gehoord over mono en stereokabels, welke gebruik ik waar? alvast bedankt!

    Hoi Sven, ik denk dat je in dit geval een mixer nodig hebt met 2 X L/R out, een maal voor de Roland en een maal voor de boxen. Ik neem aan dat je via de mixer wilt afspelen maar ook b.v. een mic wilt opnemen. De beste aansluiting zou in dit geval zijn, Roland via out L/R naar input mixer (evt. stereo kanaal, anders twee kanalen en een pot naar L en de ander naar R) De out van de mixer, meestal Xlr naar de boxen, een naar R en een naar L. Dan heb je nóg een out R/L nodig voor naar de Roland ( bij veel mixers in de vorm van Jack aanwezig ), klaar. Heb je nu geen twee outs kun je kijken of jouw boxen evt. een in en out hebben, in dat geval kun je dan van de out op de boxen naar de Roland, maar dit is niet ideaal.

Geef een reactie