Tips voor bekabeling in je home studio

Tips voor bekabeling in je home studio

Wanneer je in je thuisstudio over kabellussen struikelt of problemen krijgt bij het afspelen van audio, is het tijd om je zorgen te maken over de bekabeling. Hier zijn een paar tips voor iedereen die van plan is om de bestaande bedrading te vernieuwen of te optimaliseren.



Tip 1: Indien mogelijk: gebalanceerd!

In principe worden er twee soorten signaaloverdrachten gebruikt in de audiotechnologie: gebalanceerde en ongebalanceerde transmissie. Ongebalanceerde kabels hebben een signaaldraad en een afscherming. Het is herkenbaar aan de connectoren met twee contacten, bijvoorbeeld een instrumentkabel of een cinchkabel.

 

De klassieke gebalanceerde kabel is de microfoonkabel, deze heeft twee signaalgeleiders en een afscherming. Als een gevolg hiervan hebben de connectoren van een gebalanceerde kabel – meestal een XLR-stekker – drie contacten. De symmetrische transmissie is een “vrije” transmissie, alleen de twee signaalgeleiders van de kabels zijn bij de transmissie betrokken. In het geval van asymmetrische transmissie, wordt de kabelafscherming gebruikt als geleider voor het audiosignaal, omdat we een gesloten circuit nodig hebben.

Neutrik NC3 MXX-B male XLR-connector

Neutrik XLR-stekker

Een gebalanceerde transmissie met stereo-aansluitingen is ook mogelijk. In de thuisstudio worden deze vaak gebruikt omdat de (gebalanceerde) uitgangen van een audio-interface als jack aansluiting worden uitgevoerd om ruimte te besparen. Wat belangrijk is voor een gebalanceerde kabel, is dus niet het type connector maar het aantal contacten.

Alleen een gebalanceerde kabelgeleiding beschermt effectief tegen elektromagnetische interferentie: de signalen op de twee draden worden met fase-verschuiving verzonden en het verschil dat zich aan het einde van de gebalanceerde transmissie vormt, elimineert ruis. Dit werkt vrij goed, daarom zou je in je thuisstudio alle in- en uitgangen die symmetrisch signalen kunnen leveren of ontvangen, dienovereenkomstig moeten aansluiten!

Je kunt gebalanceerde met ongebalanceerde in- en uitgangen aansluiten, maar dan verlies je een niveau van -6 dB en ook de speciale bescherming tegen interferentie! Ongebalanceerde verbindingen zijn veel gevoeliger voor ruis. Ongebalanceerde verbindingen moeten in de thuisstudio altijd zo kort mogelijk worden gehouden.

Hier zijn twee typische voorbeelden van ongebalanceerde kabels: een 3-m jack kabel (de Sssnake IPP1030 hefboomkabel) en een audiokabel van RCA naar jack (Cordial CFU 3 PC):

 

De gebalanceerde kabels daarentegen bevatten een microfoonkabel van 10 meter, zoals de Pro snake TPM 10 of de CFM 1,5 W stereo jack- kabel van Cordial.

 

 

Tip 2: Quad-kabels voor kritische toepassingen

Het geruisloos effect van een gebalanceerde aansluiting kan verder worden verbeterd door een microfoonkabel te gebruiken met vier interne geleiders, een zogenaamde quad-kabel zoals de Sommer “Square”. Het bestaat uit twee gedraaide draadparen. Als deze draden worden gesoldeerd op een zodanige manier dat een connector met één draad van elk van de paren is verbonden, neemt de eliminatie van interferenties toe met maximaal 20 dB als gevolg van de fase rotatie van de gebalanceerde kabelgeleiding. Quad-kabels zijn echter duurder dan gewone microfoonkabels vanwege de dubbele materiaalkosten.

 

Tip 3: Coaxkabel voor S / PDIF-bekabeling

De meest gebruikte interface voor digitale signalen in de thuisstudio is de S/PDIF-interface. Toen kozen de ontwikkelaars voor de RCA connector voor de transmisse, omdat deze overal goedkoop verkrijgbaar was. Als gevolg hiervan werden veel digitale S/PDIF-signalen via goedkope hifi-cinchkabels verzonden. Dit lukte omdat de afstanden meestal erg kort waren.

Voor hoge transmissie frequenties van digitale signalen zijn er echter speciale kabels: de coaxkabels. Als je S/PDIF-kabels nodig hebt die langer zijn dan ongeveer drie meter, moet je de audiokabel vaarwel zeggen en de speciale coaxkabel pakken. Persoonlijk gebruik ik zelden optische kabels, omdat ze moeilijk zelf te monteren of te solderen zijn.

 

1. Cordial CPDS1 CC S / PDIF Interfacekabel

2: de sssnake Optisches Kabel 2m

 


Tip 4: Leg de signaalkabel en de stroomkabel niet parallel

Elektromagnetische interferentie wordt veroorzaakt door magnetische velden. En die zijn op hun beurt overal waar elektriciteit stroomt. Het is geen verassing: in een stroomkabel stroomt er elektriciteit! Als een stroomkabel zich naast een audiokabel bevindt, veroorzaakt het magnetische veld interferentiespanningen in de audiokabel. Het resultaat: ruis.

Alleen gebalanceerde kabels zijn effectief tegen deze interferenties, maar dan tot op zekere hoogte. Om deze reden zou je signaalkabels en hoogspanningskabels zo ver mogelijk uit elkaar moeten plaatsen. Op een rek is het raadzaam om de zijkant met de voedingsaansluitingen als stroomkant te reserveren en alle signaalkabels aan de andere kant – zelfs als dit enige kabellengte verlenging verlangt! Vermijd in elk geval lange afstanden van parallelle stroom- en signaalkabels!

 

Tip 5: de volgorde van de kabels is goed

Een goede bedrading in de thuisstudio is niet alleen een visuele aangelegenheid, maar het is ook verantwoordelijk voor een zuiver geluid. Markeer of label de kabels, zodat je de verschillende kabels die zich na verloop van tijd achter een rek of onder je bureau ophopen, uit elkaar kunt houden. Je kunt gekleurde tape of papieren labels gebruiken, of gekleurde codeerringen, bijvoorbeeld voor de Neutrik-connectoren, maar deze soort markeringen kun je meestal alleen toepassen als je de kabels zelf soldeert.

Neutrik XXR groen

 


Tip 6: Doe het zelf!

Doe het zelf is essentieel voor thuisstudio bekabeling. Er zijn veel redenen waarom het sterk wordt aanbevolen om je studio-bedrading zelf te solderen. Het is veel goedkoper en bovendien past de lengte van de gekochte kabels zelden perfect. Of het is te strak, of je hebt rondhangende kabelspiralen die ergens onder het rek terechtkomen en stof verzamelen. Het omwikkelen van losse kabels is geen goed idee, omdat het een antenne-effect geeft. Losse kabels (per meter) vind je hier.

 

 

 

Tipp 7: Houd het eenvoudig!

Zelfs professionals kunnen soms hoofdpijn krijgen van kabelverwarring, omdat er voortdurend apparatuur wordt toegevoegd of verplaatst. En omdat bekabeling steeds wisselt, zijn plastic kabelbinders uit de doe-het-zelf winkel dus geen goed idee. Het is daarom veel gemakkelijker klittenbland kabelbinders te gebruiken.

 

 

Een Reactie

Geef een antwoord

ADVERTENTIE